GROEIZAAM WEER

een initiatief van de Actiegroep
STOP DE BIOGRAFIE,
mede mogelijk gemaakt door de Stichting
LAAT DIE JONGEN TOCH MET RUST

 


 


KORTE INHOUD VAN HET VOORAFGAANDE:

Nee, deze grillen en grollen kwamen niet zomaar uit de lucht vallen; ze waren het resultaat van een vier jaar durende "samenwerking" tussen de Biograaf van Boudewijn Büch en ondergetekende, geïnitieerd door een prominent lid van het Committee Wiedergutmachung Boudewijn Büch (of iets van die strekking).

Om verdere ongelukken te voorkomen deden wij langs deze weg in beperkte (maar gestaag groter wordende) kring verslag, want zoals Gerard Reve al zei: HET BLIJFT ZAAK ZO VEEL MOGELIJK VERWARRING TE STICHTEN IN HET KAMP VAN DE TEGENSTANDER.

In onze nieuwe rubriek BOUDEWIJNTJES kunt u lezen of het allemaal een beetje geholpen heeft.

Zie ook onze reconstructie van de reconstructie van HET DUEL REVE-BÜCH, een en ander n.a.v. een in februari 2017 uitgezonden radiodocumentaire.

Verdere oprispingen volgen, als de kop d'r naar staat.




AFLEVERING 1: PROLOOG

DE BOUDEWIJN BÜCH BEDROGEN VRIENDEN CLUB, een tekst uit 2004

Onderstaande pedante maar welgemeende tekst van eigen hand publiceerde ik in 2004 op mijn website. Korte tijd later werd het opgepikt door en afgedrukt in het "literaire" tijdschrift Puntkomma (lekker ballorig blad, was het er nog maar!), maar veel indruk heeft dit pleidooi uiteraard verder niet gemaakt.
Zo nu en dan - en gezien de ontwikkelingen rond "de" biografie des te vaker - denk ik er nog wel eens aan.
Hieronder nogmaals de letterlijke tekst, als opmaat voor een vermakelijk feuilleton; veel "vrienden" zal ik er naar alle waarschijnlijkheid niet mee maken.
- Eric Schneyderberg, juni 2016

September 2004 hield ik in mijn antiquariaat, AENIGMA books & prints aan de Spiegelgracht te Amsterdam, een kleine expositie met werk van en spulletjes gerelateerd aan Boudewijn Büch. Dat was een wonderlijke ervaring…
Je zet een boek over Polynesië in een vitrine (hoeft niet eens zo’n dik boek te zijn), je plaatst vervolgens aan weerskanten een buste van Goethe en een portret van Mick Jagger (bij voorkeur gesigneerd door Andy Warhol) en half Amsterdam denkt dat je de bibliotheek van Boudewijn Büch hebt opgekocht of toch minstens een flinke slag hebt geslagen op de veiling bij Sotheby’s.
Kortom: verwarring en soms zelfs verontwaardiging alom.

De avond van de laatste dag van de expositie zag ik in de trein op weg naar huis een meisje zitten. Een aardig meisje, met zwarte krullen, u kent ze wel. Ze was verdiept in een boek, zo verdiept dat ze zelfs door een strenge conducteur pas na veel moeite uit haar lectuur was te halen.

Het boek dat ze las, zeg maar gerust verslond, was één van de onlangs verschenen boeken over Boudewijn Büch.
Wat zal ze gedacht hebben? Ik bedoel, dat meisje kent Boudewijn ongetwijfeld van de televisie en 10 tegen 1 dat ze zijn roman De Kleine Blonde Dood een van de allermooiste boeken vond die ze ooit in haar korte leven gelezen heeft, al vond ze - schat ik zo in - de film beter, maar dat kwam natuurlijk door Anthonie Kamerling. Verdorie, zag ik haar denken, d’r is NIX van waar! Allemaal verzonnen! Allemaal gelogen! Is me dat effe wat!

Tja, het feit dat dit soort boeken er zijn (er zijn er inmiddels al twee, het derde komt er aan) is niet zo erg; een journalist moet nu eenmaal aan de kost komen en het begrip ijdelheid is niet voor niets uitgevonden.
Toch is het wonderlijk om te zien dat deze zogenaamde biografen, de een wat meer dan de ander, er ogenschijnlijk genoegen in scheppen bepaalde zaken, inclusief de oude koeien en de open deuren, naar buiten te brengen. De heren laten zich als een soort Abraracourcix op een Bronzen Schild door het land dragen, triomfantelijk zwevend van de ene televisie- of radiostudio naar de andere, al dan niet vergezeld van een of meer slachtoffers van de verzinzucht van de overleden auteur.

Ik geef toe: Boudewijn heeft er om gevraagd, hij heeft de boel af en toe belazerd, flink belazerd, hij draaide een aantal van zijn “vrienden” een rad voor ogen op een manier die bijna onvergeeflijk is.
Sommige dingen verzin je niet. Hij wel dus.

Maar hoeveel mensen heeft hij op deze manier belogen? Tien? Vijftien? Vooruit, laten het er twintig zijn geweest.
Waarom moet, door middel van boeken, kranten, tijdschriften, radio, televisie, internet, etcetera de hele Nederlandse bevolking geconfronteerd worden met privézaken die zich pakweg dertig jaar geleden afspeelden tussen Boudewijn Büch en een stuk of twintig “vrienden”?

Zou het niet beter zijn als deze mensen een eigen club zouden oprichten? De BOUDEWIJN BÜCH BEDROGEN VRIENDEN CLUB? In dat geval kunnen ze in hun clubblad - oplage twintig exemplaren, enkele stuks Hors Commerce toegestaan - hun ervaringen en herinneringen delen, elkaar de loef afsteken en wat al niet. Telefoneren of SMS-en mag natuurlijk ook.
Waarom moet dat meisje met die krullen lastig gevallen worden met al die malligheden? Laat dat meisje toch dromen van dat prachtige boek De Kleine Blonde Dood…!

Dat het predikaat “normaal” niet echt op Boudewijn Büch van toepassing was lijkt me een understatement: er zaten dingen in zijn hoofd die er niet thuis hoorden. Maar het is juist door middel van die “gekte” dat hij heel veel mensen een enorm plezier heeft gedaan met zijn boeken, zijn enthousiasmerende programma’s en optredens. Dus ook dat schattige meisje in de trein.

Maar wellicht nog irritanter dan de mensen die zich nu met graagte (en natuurlijk gesteund door het gegeven dat hij zich niet meer kan verdedigen) over Boudewijns verleden uitlaten, vind ik degenen die nu in alle talen over hem zwijgen.
Werd “onze Boudewijn” kort na zijn overlijden door enkele mensen, zeg maar zo rond de klok van half elf, posthuum doodgeknuffeld (vergeef mij de uitdrukking); nu schijnt het “not done” te zijn om jezelf positief of op zijn minst relativerend over hem uit te laten. Of heb ik misschien iets gemist?

Naschrift, juni 2016: De situatie met het meisje in de trein was niet eens verzonnen, al moet ik toegeven dat ze niet zo schattig was als ik toen wilde doen geloven, ze was zelfs een beetje lelijk. - E.S.


 


 
AFLEVERING 2:

BOUDEWIJN BÜCH, GERARD REVE EN EEN NOGAL VREEMD ARTIKEL

"En zo schiep hij, vermoedelijk hard lachend, het zoveelste mysterie Büch."
Zo luidt de slotregel van Ruzie, Roem en Reputatie, de Parool-rel tussen Gerard Reve en Boudewijn Büch, een artikel van de hand van de biograaf van Boudewijn Büch.
Niet zomaar een artikel natuurlijk, want gepubliceerd in het Tijdschrift voor Biografie, jaargang 2015, een uitgave ondersteund door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, opgericht 1766.
Daarnaast vormde deze tekst de basis voor een lezing (of juist andersom, kan ook) georganiseerd als onderdeel van het symposium Scheldende Helden, Onmin in de Biografie, in april van datzelfde jaar gehouden te Amsterdam.
Hoe serieus wilt u het allemaal hebben?

Citeren uit het artikel doe ik zo min mogelijk, de tekst is gemakkelijk digitaal (bijvoorbeeld d.m.v. deze [nieuwe] link) te voorschijn te toveren, om ook maar eens een mysterieuze term te gebruiken.
Over de rel die ontstond naar aanleiding van de publicatie van een vraaggesprek tussen Büch en Reve in Het Parool (1983) is door de jaren heen zo’n beetje alles wel gezegd en geschreven, ook door mij (zie mijn boekje Gekke Jongen, Wijze Man uit 2003), de materie is redelijk saai en ik betwijfel of er nog wel iemand in is geïnteresseerd.

Desondanks is de lezer/toehoorder geconfronteerd met een MYSTERIE, wat zeg ik: het ZOVEELSTE MYSTERIE dat door Boudewijn Büch zou zijn geschapen: een (plotseling opgedoken) doos vol geheimzinnige geluidsbanden, op last van Büch tot in de eeuwigheid verzegeld, wegrottend in de kelders van hoofdstedelijke universiteitsgebouwen. Men ziet het voor zich, men ruikt het zelfs.
Dat een beetje ingewijde daar al jaren van alles van afweet deed niet ter zake.

Wat ook niet ter zake deed was het feit dat de waarheidsgetrouwheid van de weergave van Reve's uitspraken eenvoudig te controleren was aan de hand van een volledig uitgewerkte transcriptie plus een huis-tuin-en-keuken-opname op een cassettebandje: beide door Boudewijn aan mij in bewaring gegeven en beide door mij geruime tijd geleden ter beschikking gesteld van de biograaf...

Ik wil een mysterie!
Waar is dat mysterie?
Het motief van de biograaf, dat is een mysterie!

"De prille vriendschap tussen Büch en Reve stierf – afgezien van een korte opleving twee jaar later – een vroege dood door de affaire."
Zo meldt ons de biograaf in datzelfde artikel.
Gezien het zo dramatisch weergegeven verhaal een geloofwaardige conclusie en in het kader van het thema van het tijdschrift en/of het symposium zou het ook uitstekend van pas zijn gekomen, maar het is helaas niet waar, integendeel zelfs, zou ik bijna zeggen.

Het duurde wel even, maar op initiatief van Reve werd het conflict even zo vrolijk weer bijgelegd met als gevolg dat de relatie weer bloeide als nooit tevoren.
Zowel het aantal brieven als de inhoud ervan - geen zorgen: ík weet waar ik het over heb - spreken boekdelen, om nog maar te zwijgen van de diverse ontmoetingen, kado's, telefonades, zakelijke afspraken en andere acties.

Maar eerlijk is eerlijk: op een gegeven moment nam het enthousiasme van beide kanten af en 28 maanden (!) na het bewuste interview kwam er inderdaad voorgoed een einde aan de vriendschap tussen Boudewijn Büch en Gerard Reve.

De WERKELIJKE reden van de breuk tussen de twee schrijvers is niet algemeen bekend maar er is wel degelijk ergens iets over gepubliceerd.
Nee, die "scoop" heb ik gemist, ik kwam er pas achter nadat ik met Joop Schafthuizen in een openhartig gesprek raakte naar aanleiding van de publicatie van mijn boekje.

In november van dit jaar verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen.

NB: Waarom al deze zure opmerkingen, en waarom juist nu? Volg het feuilleton en alles zal duidelijk worden. - E.S., juni 2016


 


 
AFLEVERING 3:

BOUDEWIJN BÜCH, GERRIT KOMRIJ EN DE "ONHERSTELBAAR VERBETERDE" CORRESPONDENTIE

In het archief van het Letterkundig Museum te Den Haag bevindt zich, onder signatuur 1BBU (jawel, het legendarische Persoonlijk Archief van Boudewijn Büch), een aantal brieven van Gerrit Jan Komrij aan Eric Schneyderberg uit de periode 1992-1995.

Op zich een merkwaardig gegeven: alle brieven, ansichtkaarten en faxen van Gerrit Komrij aan Eric Schneyderberg liggen keurig in een mapje bij de geadresseerde thuis, maar daar gaat het nu niet om, net zo min als het gaat om het feit dat deze correspondentie (periode 1991-2004) vrij omvangrijk en wonderlijk gevarieerd is.

Laat ik mij hier beperken tot datgene dat betrekking heeft op Boudewijn Büch: Komrij's faxen, telefoontjes en visites naar en aan mij, naar aanleiding van een door hem zelf gecreëerde, in publicitair opzicht nogal ongelukkige samenloop van omstandigheden, maart 1992; een situatie, waar ik - ongevraagd maar met veel genoegen - mede verantwoordelijk voor was.

Waar ging het om? Een leuk en gezellig relletje zoals ze in die tijd regelmatig voorkwamen in het inmiddels zo saai geworden (of ligt dat nou aan mij?) literaire wereldje, binnenskamers afgehandeld maar interessant en vermakelijk genoeg om op het juiste moment en op de juiste manier nog eens gedetailleerd op schrift te (laten) stellen.

Maar dan natuurlijk wel het héle verhaal met alles d’r op en d’r an, inclusief de schier oneindige nasleep, zodat iedereen kan zien dat die Büch dan misschien wel een eikel was, maar dat die Komrij ook ongelooflijk kinderachtige trekjes kon vertonen (Oeps! Daar gaan weer een paar "vrienden", gaat lekker zo!).

Een mooie kans bovendien om te laten zien dat Boudewijn niet in alle gevallen de underdog was waar hij zich zo vaak maar al te graag voor uitgaf.

Nieuwsgierig? Volkomen terecht, zou ik zeggen, maar ik had het over het juiste moment.
Het verschijnen van een serieuze biografie van Boudewijn Büch wellicht?
Prima idee, vond ook de biograaf.
Maar ik had het ook over de juiste manier…*)

Sinds een week of wat circuleert op de burelen van de Actiegroep Stop de Biografie een serie ter goedkeuring ontvangen teksten.
Een van deze teksten, vier pagina’s in druk, "gebaseerd" op de door mij ter beschikking gestelde complete drie-traps-correspondentie, voor alle zekerheid nog eens schriftelijk en mondeling toegelicht, zou inderdaad het hele verhaal en nog heel veel meer op de juiste manier hebben KUNNEN weergeven...

Zoveel onzin en zoveel geknoei, alleen al op déze vier blaadjes; de leden van de Actiegroep en het Bestuur van de Stichting Laat Die Jongen Toch Met Rust zijn onder de indruk.

Wij wachten geduldig op een bevredigende reactie van de biograaf op ons tijdig ingediende bezwaarschrift en houden goede moed, immers: de vorige keer (zie aflevering 2 hierboven) werden de bezwaren gehonoreerd met ongewijzigde herplaatsing van het artikel in een ander tijdschrift.

*) Die enige juiste manier is inmiddels toegepast: zie aflevering 6 en 7.

In november van dit jaar verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen.

NB: We gaan door op de ingeslagen weg, de Actiegroep heeft werk te doen en voor je het weet is het november.
Belofte maakt schuld, dat geldt voor alle partijen. - E.S., juli 2016


 


 
AFLEVERING 4:

BOUDEWIJN BÜCH ALS CONCEPTUEEL KUNSTWERK

De Actiegroep Stop De Biografie ontving de laatste dagen meerdere klachten over de cryptische aard van de berichtgeving, helaas is dit nog even noodzakelijk.
Sterker nog: het wordt allemaal nog veel erger, u krijgt in dit feuilleton niet alleen cryptogrammen voorgeschoteld, maar ook zoekplaatjes en puzzeltochtjes.
Vandaag zetten wij u op het spoor van de MYSTERIEUZE REVE-TAPES .
Deze puzzel *) is voor gevorderden.

*) Voor de "oplossing": zie aflevering 9 en 10 (of de stilzwijgend aangepaste versie in DE biografie, waar grappig genoeg nog steeds het nodige aan schort) en natuurlijk HIER.

Ja, ik weet het, ik weet het: heel vermoeiend allemaal, maar ik ben niet begonnen met al die FLAUWEKUL.
Laat die jongen toch met rust, je ziet wat er van komt.

NB: In november van dit jaar verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen. - E.S., augustus 2016


 


 
AFLEVERING 5:

HOEZEE HOEZEE VOOR BOUDEWIJN B.

De Bestuur van de Stichting Laat die Jongen Toch Met Rust laat weten bezorgd te zijn over het feit dat door doen en laten van de Actiegroep een ander, minstens zo belangrijk initiatief in het water dreigt te vallen, namelijk de mogelijke vernoeming van een naamloze brug te Amsterdam tot Boudewijn Büch brug.
We weten het allemaal, het was volop in het nieuws.

Uit betrouwbare bron is vernomen dat als gevolg van de diverse ontwikkelingen een nek-aan-nek-race is ontstaan tussen Boudewijn Büch en een andere grote kanshebber, Drs. P, die - toegegeven - in beginsel meer recht heeft op de benaming aangezien de Doctorandus een paar deurtjes dichterbij woonde.
Zal Büch het nog wel redden?!

Andere vraag: Hoeveel meer malligheid is er nodig om te laten inzien dat er ergens in datzelfde Amsterdam (zie aflevering 2 en 4, maar vooral de commentaren van anderen all over the place) een nogal genante, en in dit verband ook zeer veelzeggende vertoning aan de gang is?

Maar goed dat het al snel 21 augustus is, dan maken we even de stand op en kunnen we het over een paar andere relevante zaken hebben.
De Actiegroep is alle betrokkenen, inclusief de biograaf, dankbaar voor het aanreiken van deze onverwachte, maar zeer welkome cliffhanger!

NB: In november van dit jaar verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen. - E.S., augustus 2016


 


 
AFLEVERING 6:

DE KOMRIJ-FILES, DEEL 1: DE ONZIN

In afwachting van de ontknoping van de taferelen die zich rond de REVE-TAPES hebben afgespeeld, stort de Actiegroep zich op de KOMRIJ-FILES: een minstens zo eigenaardig fenomeen.
Hoe te beginnen? Gewoon zo, misschien?

Op 9 maart 2004 verscheen in een aflevering van het Vlaamse weekblad HUMO een interview met Gerrit Komrij, waarin onder meer werd ingegaan op enkele passages over Boudewijn Büch die voorkwamen in Komrijs kort daarvoor verschenen boek Demonen.
Tot mijn vrolijke verbazing las ik het volgende:

"[...] Ik kwam laatst Eric Schneyderberg tegen, die zich tot stadhouder van Boudewijn Büch op aarde benoemd heeft, en die was woedend over wat ik over Boudewijn geschreven had. Dat begrijp ik niet: als je dat goed leest, is het toch een liefdesverklaring aan die jongen [...]."

Ach, hij kon zo kinderachtig zijn, die Gerrit: van woede van mijn kant was geen enkele sprake, wel heb ik hem gevraagd (in het openbaar, in een volle Athenaeum Boekhandel, daar maak je vrienden mee) hoe lang hij nog bezig dacht te blijven met dat gehak op onze inmiddels overleden "gezamenlijke vriend"...

Stadhouder van Boudewijn Büch op aarde? Dan was ik er in een dikke 12 jaar tijd toch aardig op vooruit gegaan: de eerste keer dat Komrij in het openbaar aan mij refereerde was ik nog DE VUILNISMAN.

"Met het betere werk verblijdt men de antiquaren. Met het mindere werk verblijdt men neef en nicht. Met het verzamelde werk van Boudewijn Büch teistert men de vuilnisman."

Dit meldde Komrij ons op 16 oktober 1991 middels een aflevering van Een en Ander, zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad; dit als eerste reactie op het gerucht dat Boudewijn het grootste deel van zijn literaire archief aan mij, als toenmalig zaakvoerder van de firma J. de Slegte b.v. te Amsterdam, had overgedragen.

Maar maakt u zich geen zorgen: tussen deze twee "hoogtepunten" uit mijn rumoerige carrière is sprake geweest van een prettige en voor beide partijen zeer vruchtbare zakelijke relatie, want Gerrit wist inmiddels óók waar hij met zijn spulletjes naar toe moest.

Genoeg ijdel gepraat, laat ik De Biograaf aan het woord laten, per slot van rekening heeft die er voor gestudeerd.
Geen betere manier om dit te doen dan aan de hand van enkele fragmenten van de teksten waaraan ik in aflevering 3 van dit prachtige feuilleton al refereerde, deze fragmenten (DB: "cursief") worden afgewisseld met bescheiden commentaar van mijn hand.
De rest van de ontvangen tekst over dit onderwerp bestaat uit een vermoeiende combinatie van citaten en parafrases van weer andere citaten, veel achtergrondinformatie mist u dus niet.

DB: "De vriendschap tussen [Boudewijn Büch] en Gerrit Komrij liep in dezelfde periode ook averij op. Het begon met Boudewijns besluit om, wat hij noemde zijn "literaire nalatenschap" van de hand te doen, bestaande uit onder meer zijn eigen jeugdwerk, maar ook bibliofiele uitgaven van andere auteurs."

De Literaire Nalatenschap van Boudewijn Büch, een ironisch bedoelde, ietwat hoogdravende titel voor een verkoopcatalogus met werk van een nog levende schrijver. Deze titel is natuurlijk niet door Boudewijn zelf verzonnen maar door mij. Nu pas realiseer ik me dat ik hem nooit heb gevraagd wat hij er eigenlijk van vond...

DB: "Behalve honderden ongepubliceerde jeugdgedichten, een paar schoolschriften met opstellen, stapels typoscripten (waaronder het originele typoscript van De kleine blonde dood, dat voor vijfduizend gulden werd aangeboden), gecorrigeerde drukproeven en zijn verzameling moderne bibliofilie, bevatte die nalatenschap ook dozen vol boeken van Nederlandse schrijvers, waarvan veel met persoonlijke opdrachten."

Een hoop papier, ja, een enorme hoop papier en alles Büchs eigen fabricaat. Maar dozen vol boeken van Nederlandse schrijvers?
Welnee, een 80-tal opdrachtexemplaren, vergaard over een periode van 10 tot 12 jaar, plus een bescheiden collectie ander werk van derden, meestal keurig zelf aangeschaft, meer was het niet.
Wat een malle overdrijving, het lijkt wel een tekst van Boudewijn zelf!

DB: "Blijkbaar droeg Boudewijn met deze verkoop dus rijkelijk bij aan de windhandel die hij naar eigen zeggen zo verafschuwde, ook al plukte hij daar niet zelf de meeste vruchten van."

Met dat "eigen zeggen" wordt gerefereerd aan een artikel in Het Parool waarin Boudewijn flink van leer trekt tegen de door hem geconstateerde prijsopdrijverij van bibliofiele werkjes en de gammele handel in handschrifen in Nederland.

Let wel: de enorme hoeveelheid aan eigen materiaal die door Boudewijn op de markt werd gebracht, door mij doelbewust niet gedoseerd, had juist een negatief effect op de hoogte van die prijzen.
Windhandel? Wat nou windhandel? Integendeel!

En die vruchten? Die werden inderdaad voor het overgrote deel door de firma de Slegte geplukt en niet door Büch, daar kon zelfs déze biograaf niet omheen.

DB: "Onder de boeken en bibliofiele drukken bevond zich ook werk van Gerrit Komrij, veelal voorzien van geestige opdrachten."

Komrij moest er ook aan geloven, ja, net als Cees Nooteboom, Maarten 't Hart, Hans Warren, Hugo Claus, Judith Herzberg, Drs. P., Theo van Gogh, A.F.Th. van der Heijden en enkele andere grootheden.

Waren Komrijs exemplaren inderdaad VEELAL voorzien van GEESTIGE opdrachten, zoals de biograaf zo stellig beweert? Natuurlijk niet, de beschrijvingen in de catalogus tonen aan dat de opdrachten zelfs opmerkelijk KORT waren en bovendien slechts in een handvol van Komrijs boekjes voorkwamen.
Een (ogenschijnlijke) uitzondering, de blikvanger, was het kwatrijn in het boekje De Bibliofiel (waarover later veel meer), maar dit "geestige" vers werd door Komrij in alle exemparen van de luxe oplage gecalligrafeerd.

Nee, dan de opdrachten van Nooteboom: die waren pas écht geestig en het waren er nog ruim twee keer zo veel ook.

DB: "Toen Komrij lucht kreeg van de verkoop stak hij zijn afkeuring niet onder stoelen of banken. Eerst deelde hij een sneer uit in zijn nrc-column. Hij schreef over die zo herkenbare opruimwoede die de verzamelaar kan overvallen."

Zo, daar is-t-ie dan: de vuilnisman! Echt origineel was het niet: Komrij had deze regels (ik blijf ze natuurlijk niet herhalen) bij een eerdere gelegenheid al eens toegepast, toen was het J. Bernlef die het moest ontgelden.

Als ik het wel heb is het gebruik van Boudewijns naam in dit verband een eenmalige actie geweest, in de diverse herdrukken van het stuk is Bernlef weer de gelukkige.
Of dit iets te maken heeft met mijn aanhoudende protesten in naam van het tijdelijk slachtoffer en/of de vuilnisophaaldienst laat ik in het midden.

Komrij had overigens op zijn dooie gemak bij mijn (op dat moment ook zijn) drukker de onder embargo ingeleverde kopij van mijn catalogus doorgenomen, zodoende was hij in staat zijn aanval ruim van tevoren in te zetten, de eerste schoten waren al gelost voordat ik de gelegenheid had het grote nieuws goed en wel naar buiten te brengen, maar dit terzijde.

DB: "Nadat de verkoop had plaatsgevonden deed hij er nog een schepje bovenop [...] omdat [Boudewijn] nota bene zichzelf in de uitverkoop had gegooid."

En dat schepje kwam inderdaad, nog zo'n fijne column in de NRC, maar het bleek, zoals Komrij mij later per fax toevertrouwde "[...] gesteek met degens, een beetje frustrerend, omdat ik de enige was die de degen opnam", hier aan toevoegend: "De rest is literatuur, het gegrom van de roddel, en de boze buitenwereld".

De verkoop van zijn archief was een cruciale stap in Boudewijns professionele leven. Was het in die tijd letterlijk voorpaginanieuws, in deze opzet komt het feit nauwelijks aan de orde: alle aandacht gaat immers uit naar dit smakelijke, door Komrij uitgelokte privé-relletje, overigens zonder enige referentie - zelfs niet in de kleinst mogelijke vorm - aan het feit dat Komrij in 2004 de euvele daden van Büch verreweg overtrof.

Gelukkig zijn alle relevante teksten van Komrij in 2012 bijeengebracht in een dik boek, zodat voor iedereen te lezen is hoe een "Halfgod Verzamelaar" zijn luid rondgetoeterde principes aan de kant zet en er vervolgens nog mee weg komt ook (zie vooral de tekst De Loop Der Dingen uit 2004).
Het is in alle opzichten een kwestie van stijl, zal ik maar zeggen, maar ik heb het idee dat ik nu een beetje afdwaal.

DB: "Dat er geen levenslange vete ontstond tussen het fabeldier [zucht... - E.S.] en het televisieschaap [nog een zucht... - E.S.] kwam ook door een ironische speling van het lot een paar maanden later. In februari 1992 werd bij De Slegte een stapel boeken uit het bezit van Komrij aangeboden, waaronder gesigneerde exemplaren van Boudewijn [...]."

Genoeg voor nu: vanaf dit moment in de affaire wordt de plank misgeslagen op een manier die niet langer acceptabel is.
Hoe "selectief" mag een biograaf omgaan met aangeleverd materiaal?
Verdere details leest u in het volgende deel van ons feuilleton: DE KOMRIJ-FILES, DEEL TWEE: HET GEKNOEI.

NB: In november van dit jaar verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen. - E.S., september 2016


 


 
AFLEVERING 7:

DE KOMRIJ-FILES, DEEL 2: HET GEKNOEI

De vorige aflevering van DE KOMRIJ-FILES, het feuilleton-in-een-feuilleton van de inmiddels beruchte Actiegroep Stop De Biografie, eindigde zoals u weet als volgt:

"Dat er geen levenslange vete ontstond tussen [Komrij en Büch] kwam ook door een ironische speling van het lot een paar maanden later. In februari 1992 werd bij De Slegte een stapel boeken uit het bezit van Komrij aangeboden, waaronder gesigneerde exemplaren van Boudewijn [...]."

Dit gebeurde niet in februari maar in maart, maar om niet te verzanden in iets dat weg heeft van de notulen van een redactievergadering van de plaatselijke schoolkrant, passeren wij dit tussenstation en laten De Biograaf (DB: "cursief") opnieuw op u los.
Dit alles overigens in de wetenschap dat deze biograaf (in het bezit van alle relevante documenten uit DE KOMRIJ-FILES) al ruim drie maanden op de hoogte is van mijn bedenkingen, maar redenen denkt te hebben om niet adequaat te hoeven reageren.

DB: "[....] niet veel later belde Komrij vanuit Portugal met Schneyderberg, om een misverstand uit de wereld te helpen dat hem ter ore was gekomen.
Komrij legde uit dat hij niets te maken had met de verkoop van de boeken en dat deze waren gestolen uit zijn Amsterdamse woning, waar hij nog maar zelden was.

Hij voelde zich er bijzonder opgelaten door, omdat hij nooit de aandrang had gevoeld om een boek van Boudewijn te verkopen – ook al was dat misschien moeilijk te geloven gezien de toon van zijn columns.

In een fax lichtte hij zijn felle bewoordingen van destijds nog eens toe
[volgt citaat uit fax Komrij aan E.S.]. Hij had de verkoop opgevat als een onaangekondigde breuk en dat had hem bitter gestemd, maar voor dat soort nuances was geen ruimte in een column [volgt citaat uit fax Komrij aan E.S.].

Om zijn goede wil te tonen, liet Komrij weten dat hij voor Boudewijn een "Goethe-gevalletje" klaar zou leggen, dat hij al lang wilde hebben.

Boudewijn was opgelucht toen hij van Komrij’s reactie hoorde. Hij greep de gelegenheid aan om hem een fax te sturen, waarin hij zelf ook wat uitlegde
[volgt slecht gekozen citaat uit fax Büch aan Komrij]."

Ter verduidelijking en/of correctie:
Komrij was op de middag van de aankoop (de al eerder genoemde notulen volgen nog) door een toevallige getuige binnen het uur telefonisch op de hoogte gebracht, binnen datzelfde uur had ik hem vanuit Portugal aan de lijn.

Omdat zijn uitleg plausibel was stelde ik voor hem de boeken terug te geven, behalve die van Büch, die waren door Boudewijn zelf al geconfisceerd, toen hij (ook weer toevallig) diezelfde middag langs kwam op weg naar een Amsterdamse studio voor een radiopraatje.

Maar de biograaf gaat hier volledig voorbij aan de kern van de zaak: Komrij was natuurlijk als de dood dat dit nieuws naar buiten zou komen.
Er waren in de landelijke pers al berichten verschenen als zou hij uit wraak inmiddels ook Büchs opdrachtexemplaren op de markt hebben gebracht, iets wat hij telkens ontkende.
Daar kwam bij dat hij uitgerekend de dag daarvoor in zijn column in de NRC voor de DERDE keer de vloer had aangeveegd met Boudewijn.
Kortom: Büch had de mogelijkheden om wraak te nemen en Komrij publiekelijk voor gek te zetten voor het uitkiezen, maar hij deed dat niet.

Ergo: wat hier wordt weergegeven als een onschuldig incidentje tussen een Hoofdschuddende Gerrit en een Kwispelende Boudewijn, was in werkelijkheid een flink schurend potentieel conflict dat door de welwillendheid van Büch voor Komrij met de welbekende sisser is afgelopen.

Maar niet alleen qua inhoud, ook qua verteltechniek is er hier iets aan de hand:
Bovenstaande situatie wordt ogenschijnlijk geschetst aan de hand van (parafrases van) citaten uit één telefoongesprek met en één fax van Komrij, in feite is alles echter het gevolg van de inhoud van meerdere faxen, elk verschillend van toon, diverse telefoontjes en een aantal persoonlijke gesprekken, bovendien is er meer voorgevallen en vond alles plaats gedurende een veel langere periode dan hier gesuggereerd wordt.

Men moet diep in het bijgeleverde notenapparaat duiken om te zien dat Boudewijn zijn vergeefse verzoenende fax pas DRIE MAANDEN na het incident stuurde (het origineel van de fax overhandigde hij aan mij met de woorden: "historisch document, veel geld voor vragen, hoor!).

Nee, Boudewijn was niet "opgelucht" en hij "greep geen gelegenheid aan" en van dat Goethe-gevalletje (dat hem uiteraard nooit bereikt heeft) was hij evenmin onder de indruk, het kon hem allemaal niet zo veel schelen.
Hij voldeed aan mijn verzoek om een bericht naar Portugal te sturen, dit naar aanleiding van het resultaat van mijn ontmoeting met Komrij; niet meer, niet minder.

Selectief, suggestief, onjuist, onvolledig: kan het nog erger? Jazeker, geen probleem, hier komt de apotheose:

DB: "Dat beiden gevoel voor humor hadden, bleek wel toen datzelfde jaar nog een bibliofiel bundeltje verscheen in een oplage van negentien exemplaren, die, zo meldde het colofon nadrukkelijk, niet in de handel werden gebracht. De bundel bestond uit twee kwatrijnen:"

Het is steeds eender wat ik zoek:
Een mooie jongen, een mooi boek.
Of ik een huid streel, of een band,
Er is alleen maar buitenkant.

Gerrit Komrij

De mooie jongens die mij zinnen,
Zijn al gepaard of niet te winnen.
Wat zal ik dan nog verder zoeken?
Ik stort de wellust in mijn boeken!

Boudewijn Büch

DB: "Beide kwatrijnen hadden zij begin jaren tachtig als persoonlijke opdracht geschreven in hun eigen bundel, die zij cadeau gaven aan de ander. Ze publiceerden ze nu ‘ter herinnering aan hun eens bloeiende vriendschap’. Misschien bloeide die vriendschap niet meer zoals voorheen, helemaal verdord was deze blijkbaar toch nog niet."

Tot zover de biograaf, die blijkens een noot refereert aan het volgende boekje: "Gerrit Komrij en Boudewijn Büch, Over & weer. Kwatrijnen, Clavum clavo eicere, [s.n], [1992]" en getracht heeft een deel van het fraai gedrukte colofon weer te geven.

Toegegeven: een venijnig zeldzaam boekje, maar niettemin algemeen bekend en officieel geregistreerd als ROOFDRUK, gepubliceerd zonder medeweten (laat staan medewerking) van de auteurs.

Kwajongenswerk dus, maar wel aardig kwajongenswerk.

Voor de "leek": Het kwatrijn van Komrij, geschreven in alle luxe exemplaren van het boekje De Bibliofiel, is geplukt van een van de pagina's uit mijn catalogus De Literaire Nalatenschap van Boudewijn Büch; het kwatrijn van Büch is verzonnen, een ordinaire pastiche.

De Actiegroep hoopt maar dat de biograaf het allemaal met opzet doet: Boudewijn Büch had een gruwelijke hekel aan onkunde.

NB: In november van dit jaar verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen. - E.S., september 2016


 


 
AFLEVERING 8:

WAT VINDT DE BIOGRAAF ER EIGENLIJK VAN?

Kijk: altijd leuk om te zien dat de inspanningen op prijs worden gesteld, een extra motivatie voor het vervolg: tandje erbij dus.
Mocht het u ontgaan zijn: deze maand verschijnt DE biografie van Boudewijn Büch, op het omslag staan blauwe letters, dat gaat dus helemaal goed komen. - E.S., november 2016


 


 
AFLEVERING 9:

THE RETURN OF THE REVE-TAPES!

Groot nieuws van de UvA, Afdeling Bijzondere Collecties over de REVE TAPES!

Op de Facebook pagina van deze instantie wordt het bericht overigens gevolgd door een item over KOEKENBAKKERS, dat kan geen toeval zijn.

De hernieuwde referentie aan de eerder gepubliceerde teksten van de hand van biograaf en conservator komt een beetje grotesk over (aflevering 2 en 4, weet u nog?): lees DE biografie en zoek de verschillen. Feit en fictie, het blijft tobben, nog steeds.

Maar wat lezen wij daar? Opening van zaken, op de 23e november? Ja, dat zou nog eens stoer zijn...! - E.S., November 2016


 


 
AFLEVERING 10:

REVE-TAPES: THE DAY(S) AFTER...

Het wil maar niet lukken met die opening van zaken: er zijn nu wel heel veel verschillende, elkaar telkens weer tegensprekende versies van hetzelfde verhaaltje de wereld in geholpen; geen van hen is de juiste.

Maar kan het misschien afgelopen zijn met die misleidende flauwe kul?

In april 2014 (!) - ruim een jaar voor verschijnen van dat malle artikel waar de hele poppenkast op gebaseerd is - was de Biograaf d.m.v. de door mij aangeleverde originele transcriptie aan de hand waarvan Büch het interview samenstelde al volledig op de hoogte.

In dezelfde periode heeft de Biograaf de mogelijkheid gekregen èn benut om ter controle originele geluidsopnamen op cassetteband te beluisteren, bij mij thuis aan de keukentafel, hoe duidelijk wilt u het hebben?

In het kader van dit boek was er geen enkele noodzaak om het blauwe pakketje te openen, alle betrokkenen wisten (of hadden kunnen weten) wat erin zat, zowel qua vorm als qua inhoud.

En dat raadselachtige embargo? Van een duidelijke, door Boudewijn ondertekende verklaring in verband met deze ludieke actie (meer was het niet) is geen enkele sprake.

Hoe zit dat dan allemaal?

Ja, dat is een lang verhaal, inmiddels zelfs al vele malen langer (en ingewikkelder) dan de tekst van dat leuke boekje Gekke Jongen, Wijze Man uit 2003, dat in de tijd niet onopgemerkt is gebleven.

Het INTERVIEW kwam natuurlijk ook uitgebreid aan de orde, maar er was geen haan die daar naar kraaide. En terecht: Reve is Reve.

Mooie dialogen ook, in dat boekje, zoals deze, uiteraard uit het beruchte interview:

Reve: Als je ouder wordt zie je de dood anders. Als je heel jong bent, dan bestaat de dood niet; de dood overkomt andere mensen, maar jou niet.
En zo tegen de veertig wordt de dood zichtbaar; dan leef je niet meer van je geboorte af, expansief, maar contratief als het ware; dan leef je naar de dood toe.
En naarmate je ouder wordt verliest de dood zijn verschrikking. Dan wordt hij van vijand tegenstander, en van tegenstander wordt hij goede buurman, en tenslotte wordt de dood een goede vriend.

Büch: Je bent nu in de 'goede vriend' periode?

Reve: Ik ben hem niet kwaad gezind.

Büch: Maar hij kan jou heel kwaad gezind zijn, niet? Denk je daar wel eens over na? Je kunt heel erg ziek worden, verschrikkelijk lijden.

Reve: Dat is ons opgelegd, meneer.

Büch: Ja, meneer, maar ik zou wel eens willen weten hoe u daar tegenaan kijkt als het er op aan komt.

Reve: Het gaat om mijn wereldbeeld, mijn mensbeeld. De mens is niet op de wereld gezet voor zijn geluk. Dat is een raar misverstand….


Als dit niet heel veel goed maakt, dan weet ik het ook niet meer.

Hoe krijg je het voor mekaar?! Juist op het moment dat er eindelijk internationaal aandacht en waardering is voor onze Volksschrijver wordt zijn naam hier in Nederland te grabbel gegooid aan de hand van sensationeel opgelepeld irrelevant "nieuws" dat al jarenlang bekend is.

Om verdere ongelukken te voorkomen onderzoekt de Actiegroep de mogelijkheden om een bepaalde, iets te ambitieuze mevrouw in te laten pakken in blauw papier en verzegeld af te leveren bij de UvA, afdeling Incompetente Biografen.

Over een embargobepaling wordt nog nagedacht. - Eric Schneyderberg, november 2016


Meer van hetzelfde (maar dan anders) in de al eerder aangekondigde rubriek BOUDEWIJNTJES!

 

GAUW WEER
NAAR HUIS!
TOCH NOG EVEN
BOEKJES KIJKEN?